Nieuwjaarstoespraak door de burgemeester van Drimmelen, de heer G.L.C.M. de Kok, tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Brandweer Amerstreek in de brandweerkazerne te Oosterhout op 3 januari 2012.
Dames en heren,
Graag wil ik, mede namens mijn collega’s Matthieu Meijer en Stefan Huisman, u allen een goed 2012 toewensen. Veel gezondheid, geluk en voorspoed voor u en uw dierbaren. Ook wens ik u veel oog voor veiligheid toe, zodat u als brandweerlieden na uw belangrijke werk weer veilig terug kunt keren naar de brandweerkazerne.
Belangrijk werk, dat is wat u verricht. Ja zeker. Ongeveer een jaar geleden ging bij velen van u de pieper: de grote brand in Moerdijk. Velen van u zijn uw collega’s in de regio gaan bijstaan om die grote brand te beheersen. Daarbij gade geslagen door een kritisch publiek, gevoed door regionale, nationale en zelfs internationale media, waaronder het nieuwe fenomeen van de sociale media. Dat hebben we geweten. De deskundigen en degenen die zich daartoe laten rekenen, stonden onmiddellijk met hun opvatting klaar. Het had anders gemoeten en vooral beter. Op veilige afstand is zo’n oordeel, zonder de situatie ter plekke goed te kennen, vaak makkelijk. U heeft toen, zoals in de rest van 2011, uw werk toch maar gedaan, onder moeilijke omstandigheden. U heeft gedaan waar u voor bent getraind en opgeleid. En daar past alleen maar waardering voor.
Al dat belangrijke werk geschiedt niet langer meer binnen de gemeentelijke organisatie, uw werk is nu georganiseerd in de cluster Amerstreek binnen de regio Midden- en West-Brabant. Dat was voor ons allemaal even wennen en dat is het eigenlijk nog steeds wel een beetje. Maar, ik vermoed dat de tijd dat alles rustig is en er nooit meer iets zal veranderen, nooit meer zal aanbreken, als die tijd er al ooit geweest is. Verandering is eigenlijk een permanent gegeven in de hedendaagse maatschappij. Daar kunnen we ons maar het beste op instellen.
Er zit nog meer verandering in de lucht als het gaat om de organisatie van het brandweerwerk. Maar het is goed om dit moment even aan te grijpen om met elkaar te delen wat er op dit moment goed gaat en wat nog beter kan. Op regionaal niveau gaat het goed op het gebied van het flexibele cursusaanbod. Er zijn meer keuzemogelijkheden omdat de cursussen op verschillende tijdstippen worden gestart. De invoering van een centraal informatiesysteem op regionaal niveau is ook een goede ontwikkeling.
Op clusterniveau gaat het op een aantal concrete punten ook goed: gezamenlijk oefenen, gezamenlijk inkopen, gezamenlijk onderhoud van het materieel, een gezamenlijke website en een gezamenlijke salarisadministratie. Ook de invoering van een informatiesysteem voor de vrijwilligers van het cluster is een goed punt. Daarnaast werkt de dagdienstbezetting hier op deze kazerne positief uit voor alle drie de gemeenten, er kan daardoor meer geboden worden met dezelfde hoeveelheid mensen.
Maar natuurlijk zijn er ook altijd dingen die beter kunnen. De organisatie is nog in ontwikkeling, waardoor er op een aantal punten nog onduidelijkheid bestaat. De risicobeheersing zou eigenlijk regiobreed uniform moeten zijn. De communicatie kan nog altijd beter. Er zou een goed functionerend oefencentrum ingericht moeten worden. Gelet op de grootte van de organisatie zou uit de beschikbare menskracht, meer slagkracht gehaald moeten kunnen worden. Daarnaast kan de samenwerking tussen de locale bedrijfsvoering en de regionale organisatie ook beter. En als grotere organisatie moet men oog hebben voor het behoud van het sociale gezicht.
Er blijft dus zeker nog wat te wensen over. Zoals ik al zei, verandering is een permanent gegeven. Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio heeft december vorig jaar stil gestaan bij de gewenste veranderingen in de nabije toekomst. Deze maand moeten er knopen worden doorgehakt over de organisatie van de brandweer voor Midden- en West-Brabant. Ik wil een paar uitgangspunten even kort belichten en ik beperk me, gezien de tijd, tot drie punten. Het eerste punt is dat niet langer de brandveiligheid een exclusieve verantwoordelijkheid is van de brandweer, maar een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zorginstellingen, woningcorporaties en onderwijsorganisaties dienen zich meer verantwoordelijk te voelen voor de brandveiligheid. Een tweede punt is dat locale binding van de brandweer belangrijk blijft, dat kan niet genoeg benadrukt worden. De locale binding is voor velen van u dé motivatie om dit werk te doen. Een derde uitgangspunt is dat een clustercommandant twee clusters gaat leiden. Het lijkt er op dat wat Berrie de Groot de afgelopen maanden heeft gedaan, naast de Amerstreek ook tijdelijk leiding geven aan de cluster Gilze & Rijen, Baarle-Nassau en Alphen-Chaam, achteraf een soort proefproject is geweest. Dit uitgangspunt kan leiden tot een stoelendans, waarbij het op voorhand niet duidelijk is of we Berrie de Groot voor de Amerstreek kunnen behouden.
Met het noemen van zijn naam ben ik aan het laatste onderdeel van mijn toespraak toegekomen: aandacht voor het 35 jarig brandweerjubileum van Berrie de Groot. Eigenlijk was 1 november vorig jaar de exacte jubileumdatum, maar we hebben gewacht op een avond dat het gehele cluster bijeen is om hier aandacht aan te schenken, hij is tenslotte commandant van het gehele cluster. Toen ik samen met Berrie deze avond aan het voorbereiden was, mompelde hij dat al die aandacht niet nodig was, maar een commandant die bij een jubileum of het behalen van een diploma, iedereen naar voren haalt om in het zonnetje te zetten, kan als hij zelf aan de beurt is niet in de coulissen blijven staan. De commandant moet zelf het goede voorbeeld geven. Ik zal het verder kort houden en al die lelijke dingen over Berrie die naar mij toegestuurd zijn achterwege laten, dan is het maar een korte pijn.
Berrie de Groot is in 1974 (13 jaar oud) bij de jeugdbrandweer van Arkel begonnen. Hij is zijn brandweerloopbaan begonnen bij de vrijwillige brandweer Arkel. In 1985 kreeg Berrie het getuigschrift met de tekst “met vrucht doorlopen” van de Rijksbrandweeracademie, waar hij de officiersopleiding heeft gevolgd. Tot zijn aanstelling bij de brandweer Dordrecht is hij 7 jaar vrijwilliger geweest. In Dordrecht is hij als jongste officier begonnen. Eerst 7 jaar bij preventie en daarna 6 jaar verantwoordelijk voor opleidingen en oefeningen. In de tussentijd heeft hij vanaf 1993 de uitrukdienst overgenomen. Vanaf 1996 was hij Hoofd Officier van Dienst/Commandant van Dienst in Dordrecht, in Gelderland-Midden en in Midden- en West-Brabant. In 1999 heeft hij de overstap gemaakt naar de gemeente Rheden, daarnaast was hij ook werkzaam voor de regionale brandweer. Daarna is hij naar Duiven gegaan en werd hij tevens commandant in Doesburg. Nu is hij al weer een paar jaar verbonden aan de Amerstreek en wij hopen eigenlijk dat we hem nog lang mogen houden. We wachten dan ook gespannen de nadere besluitvorming af en wetende dat de burgemeesters daarbij geconsulteerd zullen worden, zal ik straks met de collega’s even de koppen bij elkaar steken.
Berrie, gelet op je mooie loopbaan van 35 jaar bij de brandweer wil ik je graag, met behulp van mijn twee collega’s en Rita Talboom het volgende aan je uitreiken: de oorkonde, de medaille, bloemen en het beeldje van de beschermheilige van de brandweer “Florian”
Van harte gefeliciteerd.
Reacties (0)