Alle gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht op kinderopvang. Dit toezicht wordt in opdracht van de gemeente uitgevoerd door de GGD West-Brabant. Jaarlijks wordt een kinderopvanglocatie minimaal éénmaal per jaar geïnspecteerd. Het resultaat van deze inspectie wordt opgenomen in het landelijk register kinderopvang. Dit register wordt bijgehouden door de gemeente. Hierin staan alle kinderopvangcentra van onze gemeente ingeschreven, alsook de gastouders die via een geregistreerd gastouderbureau werkzaam zijn.
Dit register is toegankelijk voor publiek. Zoekt u een kinderopvangcantra of een in onze gemeente gevestigde gastouder, via onderstaande link kunt u een kijkje nemen in het register.
Landelijk register kinderopvang naar de website
Bent u geïnteresseerd in de resultaten van de uitgevoerde inspecties, dan verwijzen wij u naar de website van de GGD West-Brabant, www.ggdwestbrabant.nl (voorstaande website linken)
De Wet kinderopvang regelt dat ouders een tegemoetkoming ontvangen van het Rijk.
Deze wordt maandelijks door de belastingdienst betaald.
Ouders vragen deze tegemoetkoming zelf aan.
De tegemoetkoming is als volgt opgebouwd: het Rijk betaalt 1/3 deel, de werkgever maximaal 1/3 deel (als beide ouders werken) en de ouders zelf betalen ten slotte 1/3 deel (inkomensafhankelijk deel).
Wanneer ouders werken, houdt de belastingdienst hier rekening mee, want de werkgevers betalen mee aan de kinderopvang (maximaal 1/3 van de totale kosten). Een deel van de tegemoetkoming declareert de belastingdienst daarom bij de werkgever.
Als ouders niet werken, maar een uitkering ontvangen (WW of WWB) en er toch kinderopvang nodig is, bijvoorbeeld in het kader van reïntegratie op de arbeidsmarkt, treedt de gemeente of het UWV als het ware op als werkgever en betaalt het werkgeversdeel.
Het Rijk heeft met de tegemoetkoming kinderopvang gestimuleerd dat ouders kunnen werken. Het kan zijn dat kinderopvang nodig is, omdat dit in het belang van het kind is. Bijvoorbeeld omdat dit goed is voor de ontwikkeling van het kind of omdat de gezinssituatie dit tijdelijk vraagt. Kinderopvang is soms ook nodig omdat dit in het belang is van (één van) de ouders. Bijvoorbeeld als er sprake is van psychische problemen, of omdat er sprake is van een lichamelijke of verstandelijke beperking.
In dat geval is de gemeente aan zet. Ouders kunnen een aanvraag indienen bij het cluster Sociale Zaken van de gemeente. Vervolgens beoordeelt een arts van de GGD of hier een noodzaak voor bestaat, hoe vaak er kinderopvang nodig is en hoe lang.
Ook bij deze regeling wordt gekeken naar het inkomen van de ouders. Als zij zelf in staat zijn een deel van de kosten te voldoen, dat is dat ook de bedoeling. Wanneer er sprake is van een minimuminkomen, dan vergoedt de gemeente de kosten nagenoeg volledig.
Op 21 juni 2011 heeft het college van Burgermeester en Wethouders het nieuwe Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang vastgesteld. Dit toetsingskader geldt voor kinderdagverblijven, gastouderbureaus, gastouders en peuterspeelzalen. Het wordt gebruikt voor het kunnen handhaven van wettelijke voorschriften op basis van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de landelijke beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. Het oude handhavingsbeleid Kinderopvang dateerde van december 2006 en is hierbij gelijktijdig ingetrokken. Het nieuwe afwegingsmodel ligt ter inzage bij de gemeente Drimmelen of is te downloaden via de website van de gemeente Drimmelen.
Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang - juni 2011 (wordt zsm toegevoegd).
Meer weten? Vraag dan naar de afdeling Sociale Zaken, telefoonnummer 140162.